Visconti's vorstelijke epos (naar de gelijknamige roman van Giuseppe Tomasi di Lampedusa) speelt zich af op het breekvlak van twee tijdperken in het Italië van 1860. De Prins Don Fabrizio realiseert zich dat er na de landing van Garibaldi op Sicilië en de eenwording van Italië geen plaats meer zal zijn voor adellijke klasse. Zijn neef (en erfgenaam) sluit zich aan bij Garibaldi's leger om de monarchie omver te werpen en verkiest een huwelijk met een burgermeisje boven zijn aristocratische nicht. De prins ziet het einde naderen van de adellijke wereld. De gegoede burgerij zal hun plaats innemen. Ze zullen wat edel is platvloers maken, wat verfijnt is banaal: 'Wij waren de luipaarden, de leeuwen; zij die na ons komen zijn de jakhalzen en schapen.' |